Gezonde, duurzame schoolgebouwen voor de kinderen in ons kennisland
Doel van deze notitie van het Partnership Scholenbouw is een korte analyse te presenteren van de staat van de onderwijshuisvesting in Nederland en de voorwaarden voor een verbeteringsslag toe te lichten.
I. Het vertrekpunt, wat ZIEN we als beelden in de samenleving:
De Nederlandse economie staat onder druk. Investeren in de eigen kenniseconomie is daarom cruciaal. Daarbij hoort ook de, door de Tweede Kamer uitgesproken, ambitie om tot de mondiale onderwijs-top 5 te behoren.
Het onderwijs is in beweging. De integratie tussen onderwijs en kinderopvang gaat door. Verbeteringen in onderwijs en kinderopvang vragen om adequate voorzieningen, namelijk huisvesting die het welzijn van kinderen bevordert. Landen als Zweden, Denemarken en Finland laten zien dat investeren hierin loont.
- De bestaande huisvesting in het basis- en voortgezet onderwijs is functioneel en technisch verouderd, kent een zeer slecht binnenklimaat en is inflexibel. De gebouwenvoorraad is ongezond, vermindert leerprestaties, kent dramatisch hoog energieverbruik en belemmert de noodzakelijke vernieuwingen in het onderwijs.
Als gevolg van de kredietcrisis moet de overheid fors bezuinigen. Daarnaast zien we dat mede hierdoor ook woningbouwcorporaties steeds meer aarzelen om te investeren in scholen. Het gevaar bestaat dat hierdoor noodzakelijke investeringen in de onderwijsaccommodaties worden uitgesteld.
Aan de andere kant zien we dat marktpartijen heel graag willen investeren in onderwijsaccommodaties. Dergelijke beleggingen zijn vanwege hun rendement en risicoprofiel een goede aanvulling op hun portefeuille.
- Het belang van duurzaamheid in de bouw begint steeds meer door te dringen. Door op een goede wijze te investeren in onderwijsaccommodaties verbetert niet alleen het onderwijs. Het biedt bovendien een uitgelezen kans deze accommodatie te verduurzamen en innovaties op dat terrein te bevorderen.
- Via een goede programmatische aanpak met een integrale benadering kunnen deze investeringen ook een enorme stimulans betekenen voor innovatie in de bouwkolom; cruciaal voor een zonnige toekomst voor deze door de crisis zwaar getroffen industriële sector.
II. HOE dient daarop te worden ingespeeld:
Het funderend onderwijs bestaat grotendeels uit schoolbesturen die zelden bouwen en onvoldoende omvang hebben voor een professioneel apparaat voor ontwikkeling en beheer van accommodaties. Dit geldt ook voor veel gemeenten.
Professioneel opdrachtgeverschap is een essentiële randvoorwaarde voor goede en efficiënte onderwijsaccommodaties.
De volgende maatregelen zijn daarom van belang;
- Bevorder op lokaal en regionaal niveau de oprichting van samenwerkingsverbanden tussen schoolbesturen en gemeenten die verantwoordelijk worden voor beheer van accommodaties en die kunnen optreden als opdrachtgever. Deze samenwerkingsverbanden kunnen ook worden gebruikt voor de optimalisering van het gebruik van de totale voorraad aan onderwijsaccommodaties in een regio.
- Voor beleggers is het belangrijk dat de investering behoorlijke volumes betreft en dat zij behoorlijke zekerheid hebben dat de geplande investering daadwerkelijk doorgaat. Dit vraagt om programma’s met grote aantallen onderwijsaccommodaties met een voor hun helder aanspreekpunt. De hierboven genoemde samenwerkingsverbanden zijn daarvoor een goede oplossing
- De ontwikkeling van kennis en instrumenten op het terrein van huisvesting loopt in het onderwijs ver achter bij andere sectoren en is niet goed toegankelijk. Zorg op landelijk niveau conform de aanbevelingen van de Rijksbouwmeester voor een organisatie die zorgt voor ontwikkeling en implementatie van kennis over onderwijshuisvesting. Daarbij hoort ook een goed programma voor de ontwikkeling van huisvestingsconcepten, standaarden, modellen en andere huisvestingsinstrumenten.
- Efficiënte investeringen vragen om een integrale benadering waarbij de verschillende fasen in de ontwikkeling en de exploitatie van huisvesting worden geïntegreerd. Moderne visies over contractvormen en de gedachten over publiek-private samenwerkingsvormen zijn handige instrumenten daarbij. Dit betekent dat afwegingen niet alleen meer worden gemaakt op basis van investeringskosten, maar ook op basis van de kosten over de gehele levensduur van het gebouw. In de huidige situatie worden investeringskosten gedragen door de gemeente en de exploitatiekosten door de school. Deze geldstromen moeten bij elkaar worden gebracht.
- Op korte termijn zou besloten moeten worden welke regels binnen het bestaande onderwijsstelsel geschrapt of aangepast moeten worden om de afweging op basis van levensduurkosten te bevorderen; dit uiteraard rekening houdend met ieders verantwoordelijkheden ten aanzien van onderwijs.
III. WAT wordt daarmee bereikt:
Huisvesting die goed onderwijs faciliteert en stimuleert, zodat Nederland tot wereldtop behoort. Schooldirecteuren en leerkrachten kunnen zich concentreren op goed onderwijs, zonder zorgen over hun gebouw.
- Duurzamere onderwijsgebouwen met een lager energieverbruik.
- Forse efficiency- en kwaliteitsverbetering in onderwijshuisvesting, met verbetering in de kosten/kwaliteitrelatie die kunnen oplopen tot 20% a 30%
- De interesse bij marktpartijen voor actieve deelname in bouw en beheer van onderwijsaccommodaties
- Innovatie in de bouwkolom, veruit de meest belangrijke motor in de nationale economie (BNP)
----------
Partnership Scholenbouw
Partnership Scholenbouw bestaat uit de PO-raad, de brancheverenigingen Bond van Nederlandse Architecten, NLingenieurs, UNETO-VNI, Bouwend Nederland, AannemersFederatie Nederland, Systeembouwend Nederland en Servicecentrum Scholenbouw.
Sinds november 2009 zet Partnership Scholenbouw zich in voor betere onderwijshuisvesting, door significante bewustwording bij opdrachtgevers voor scholenbouw te bevorderen. De partijen bundelen kennis en ervaringen om eisen rondom functionaliteit, duurzaamheid en gezondheid in schoolgebouwen te realiseren. Het Partnership Scholenbouw is een initiatief van Servicecentrum Scholenbouw.
Servicecentrum Scholenbouw
Servicecentrum Scholenbouw (SCS) is een onafhankelijke, landelijke stichting, opgericht vanuit de
ministeries van Financiën en OCW, de besturenorganisaties in het onderwijs en de Vereniging Nederlandse Gemeenten. SCS zet zich in voor betere onderwijshuisvesting. Zij adviseert en begeleidt schoolbesturen en gemeentes op het gebied van aanbesteden. Daarnaast ontwikkelt zij modellen, trekt lering uit eerdere ervaringen en deelt deze informatie met alle betrokkenen in de onderwijshuisvesting. Sinds haar oprichting in november 2008 begeleidt SCS drieënveertig scholenbouwprojecten bij de afweging van traditionele en integrale contractvormen.